Eén thema kiezen: vogels, en waar de grens ligt
Bijna drie jaar lang heb ik alles bewaard wat uit dozen, kavels en enveloppen kwam, per land in insteekboeken. Dat ging goed tot ik in juni ging tellen: ruim vierduizend verschillende zegels uit meer dan negentig landen, en van geen enkel land meer dan een klein deel van wat er ooit is uitgegeven. Zo’n verzameling heeft geen einde en ook geen vorm. In juli heb ik daarom besloten om één motief te kiezen en de rest als ruilmateriaal te zien.
Drie kandidaten heb ik een avond lang getest door alle insteekboeken door te bladeren en te turven. Schepen: 96 zegels, veel daarvan dezelfde zeilschepen. Bloemen: 230, maar ik herkende er nauwelijks een. Treinen en bruggen heb ik ook overwogen, maar daarvan had ik er nog geen twintig. Vogels: 212, uit 41 landen, en bij de helft wist ik meteen welke soort het was, omdat ik ze uit de tuin of van wandelingen ken. Dat gaf de doorslag. Een motief houdt je langer vast als het ook buiten het album iets voor je betekent.
Het lastigste bleek de grens. De eerste weken nam ik alles met vleugels, tot er een vlinder, een vliegtuig en een engel tussen de eenden zaten. Nu is de regel: de vogel is het hoofdonderwerp en tot op de soort herkenbaar. Een meeuw als stipje boven een haventje telt niet, een wapenschild met een adelaar ook niet. Twijfelgevallen gaan in een zakje met misschien erop, dat ik twee keer per jaar opnieuw doorneem.
Ordenen doe ik per soortgroep in plaats van per land: eenden en ganzen, roofvogels, uilen, steltlopers, zeevogels, zangvogels. Een voorgedrukt album bestaat voor zoiets niet, dus werk ik op blanco bladen met een fijn grijs ruitje, waarop ik met potlood de soort, het land en het jaar onder elke zegel zet. Per soortgroep begin ik op een nieuw blad, zodat er ruimte blijft voor aanvullingen; nu is ongeveer een derde van elk blad nog leeg. Een papegaaiduiker uit IJsland en een uit de Faeröer zitten nu naast elkaar, en dat vind ik mooier dan twee landenpagina’s.
Achteraf had ik dit eerder moeten doen. Het kiezen kostte één avond turven, en sindsdien weet ik bij elke doos en elke kavel precies waar ik naar zoek. Achterin het album zit een apart blad met de soorten die ik ook zelf in het echt heb gezien. Daar staan er nu negentien op.